Pizza-incident kost 3 medewerkers van Penitentiaire Inrichting De Schie in Rotterdam hun baan

Drie medewerkers van Penitentiaire Inrichting De Schie in Rotterdam zijn ontslagen. Het gerechtshof Den Haag heeft op 29 juni 2021 in hoger beroep uitspraak gedaan in 3 zaken tegen deze medewerkers.

Tijdens een nachtdienst in februari vorig jaar bestelden ze een pizza, waarbij ze omstreeks 22.45 uur zowel de buitenmuur als de binnendeur openden om de pizzabezorger toegang te verschaffen tot de gevangenis.

Het openen van de buitendeur na 22.00 uur mag volgens de regels van de Dienst Justitiële Inrichtingen alleen in het geval van calamiteiten. De wachtcommandant moet voorafgaande toestemming vragen aan de piketfunctionaris, dat is bij het bestellen van de pizza niet gebeurd. Bovendien hadden ze de sluisfunctie van de deuren naar de Centrale Meldkamer uitgeschakeld, zo blijkt uit de uitspraak van het hof. Er waren voorwerpen tussen de deuren van de inrichting geplaatst, waardoor deze werden opengehouden. Ook liepen de beveiligers te weinig rondes en verzuimde een van hen te vermelden dat eerder die avond een verdacht voertuig was gesignaleerd.

Het hof is dan ook van oordeel dat de werknemers hun rol bij het pizza-incident waarbij de veiligheid van De Schie in gevaar is gebracht ten onrechte hebben gebagatelliseerd en onvoldoende blijk hebben gegeven van hun eigen verantwoordelijkheid. Ook hebben de werknemers de onregelmatigheden niet (achteraf) gemeld. Het hof is van oordeel dat het de werknemers van te voren evident duidelijk was en moest zijn dat de gang van zaken rond het pizza-incident en hun handelen en nalaten in dat verband niet als toelaatbaar zou worden gezien.

Wat het hof de werknemers tevens kwalijk neemt is dat de werknemers ondanks hun ervaring en bekendheid met de toepasselijke regelingen (die zijn opgesteld o.a. met het oog op de veiligheid) die niet hebben nageleefd. Het hof is dan ook van oordeel dat de werknemers als ambtenaar en gelet op hun functies in een penitentiaire (overheids)instelling een eigen verantwoordelijkheid hebben. Op grond van de bijzondere verplichtingen die uit hoofde van de Ambtenarenwet op hen rusten mag van hen een hoge mate van zorgvuldigheid en integriteit worden verwacht. De werknemers hebben zich dan ook niet gedragen zoals van hem verwacht had mogen worden.

Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat de medewerkers verwijtbaar hebben gehandeld. Het hof beëindigt daarom hun arbeidsovereenkomsten. Het hof beoordeelt de gedragingen als ‘verwijtbaar’ en niet als ‘ernstig verwijtbaar’. De medewerkers hebben daarom wel aanspraak op een transitievergoeding.

Heeft u nog (meer) vragen over dit of een ander juridisch onderwerp? Bel dan Smit & Smit Advocaten.

Afspraak maken